We lezen verder…

Net voor het uitbreken van corona zijn we met het bisdom gestart met een project dat drie jaar zou duren rond het bijbelboek ‘Handelingen van de apostelen’. Het eerste jaar zijn er enkele leesgroepen gestart met het lezen van het boek ‘Handelingen’. Misschien hebben anderen het thuis zelf of in gezinsverband gelezen; we werden daartoe alvast uitgenodigd.

Vorig jaar is er vanuit het bisdom een aanbod geweest om zich verder in het boek te verdiepen, via digitale weg dan wegens de pandemie.

Ondertussen heeft de paus een oproep gedaan om wereldwijd in een synodaal proces met elkaar in gesprek te gaan over de toekomst van de kerk. In ons bisdom wil de bisschop dat gesprek aangaan aan de hand van het boekje dat hij schreef ter overweging bij Handelingen: ‘Overeind komen met Petrus’. Het is zijn bedoeling overal in ons bisdom gesprekken op gang te brengen, over de betekenis of inspiratie van die oude teksten over de eerste christengemeenschappen voor ons vandaag. Vragen vanuit die gesprekken mogen aan de bisschop worden bezorgd, en hij zal naar aanleiding daarvan ook zelf in gesprek gaan met wie dat wil, op een aantal geplande avonden dit voorjaar.

Ook in onze pastorale eenheid starten we met zo’n gespreksgroepen. In deze veertigdagentijd kan dit een manier zijn om over ons geloof na te denken en met elkaar te delen. Het gaat nu niet zozeer om lezen, wel om reflecteren, ons laten aanspreken en bevragen, en met elkaar uitwisselen en in gesprek gaan. U hoeft het boek zelfs niet in bezit te hebben, we werken met een werkschrift waarin een aantal hoofdstukken daarvan zijn overgenomen.

• De eerste gespreksgroep gaat door in het Patronaat te Kessel (Gasthuisstraat 6) op

woensdag 16 maart om 16 uur en op woensdag 23 maart om 14 uur.

• De tweede gespreksgroep gaat door bij pastoor Michel thuis (Paddekotseheide 62 in Nijlen)

op de zaterdagen 19 maart, 2 april en 9 april, telkens om 10 uur.

Iedereen is van harte welkom!

Vespers in onze moederkerk

Op maandagavond 29 november,
de eerste maandag van de advent,
bidden we om 19.00 uur opnieuw de vespers
in het koorgestoelte van de Sint-Lambertuskerk.

Het is ondertussen een traditie geworden
om dit te doen elke maandag in de sterke tijden (advent en vasten).

Helaas had corona daar in 2020 een stokje tussen gestoken,
maar dit jaar nemen we de draad weer op.
De vespers, van het Latijnse woord ‘vesper’ dat ‘avond’ betekent,
is het avondgebed van de kerk en kent een heel lange traditie.

Al tijdens de Babylonische ballingschap (6de eeuw VC),
wanneer de tempel niet kon gebruikt worden,
gingen de Joden over tot het zingen van psalmen en hymnen.

De handelingen van de apostelen leert ons dat ook de volgelingen van Jezus
op regelmatige uren van de dag bijeen kwamen voor het gebed.
Ook de brieven die Plinius de Jongere in de eerste eeuw na Christus schreef
aan keizer Trajanus tonen aan dat de christenen
op vaste tijden verzamelden om te bidden
en dat het niet om de eucharistie ging.

Bij de kerkvaders in de tweede en de derde eeuw
vinden we geschriften terug over het morgen- en avondgebed
dat individueel of in groep kon gebeden worden.

Vanaf de vierde eeuw werden in de kloosters,
die eerst in het oosten en een eeuw later ook in het westen ontstonden,
dagelijks het volledige psalmboek van 150 psalmen gebeden.
Omdat dit heel veel tijd in beslag nam,
ging men geleidelijk aan het psalterium spreiden over een week
waarbij elke dag op verschillende gebedstijden
enkele psalmen werden gezongen.

De heilige Benedictus ,algemeen als ‘vader van de kloosterlingen’ beschouwd,
had in de zesde eeuw al een gebedsschema opgesteld dat vrij algemeen werd gebruikt.
Na verloop van tijd kwamen er bij die psalmen ook toevoegingen,
zoals antifonen, lofgezangen uit zowel het Oude als het Nieuwe Testament,
Schriftlezingen en korte gebeden bij.

Zo had men uiteindelijk voor het koorgebed
een ganse reeks boeken nodig.
Vrij snel ontstond de idee om een breviarium te ontwikkelen,
zodat niet altijd met een reeks boeken moest gesleurd worden.

Tot aan het Concilie van Trente (1545-1563) kon elke bisschop
een breviarium opstellen voor zijn eigen bisdom en dat gebeurde ook werkelijk.
Daarnaast had ook elke kloosterorde zijn eigen breviarium.

Het is Paus Pius V die in 1568 alle bisdommen verplichte
om voortaan het Romeinse breviarium te gebruiken.
Alleen breviaria die al meer dan 200 jaar in gebruik waren,
mochten nog dienst doen.
Langzamerhand verdwenen de andere breviaria
en bleef alleen het Romeinse brevier over.
Ten gevolge van het Tweede Vaticaans Concilie
werd het getijdengebed van de kerk herzien.
De psalmen werden verdeeld over 4 weken
in plaats van over één week.

Sinds die hervormingen van de liturgie in de jaren 60 en 70
bestaan de rooms-katholieke (Romeinse) vespers uit
een opening,
een hymne,
twee psalmen met antifonen,
een lofzang uit het Nieuwe Testament met antifoon,
een korte lezing uit de Schrift,
een beurtzang,
het Magnificat met antifoon en
slotgebeden waaronder het Onze Vader.

De monastieke vespers verlopen min of meer op dezelfde manier,
maar in plaats van de lofzang uit het Nieuwe Testament,
worden soms meer psalmen gebeden.

Bij zijn wijding tot diaken heeft elke priester en permanent diaken beloofd
het ‘getijdengebed naargelang zijn levensomstandigheden
trouw te vervullen samen met en voor het volk van God’.
Het is dan ook fijn om dit gebed van de kerk
in de sterke tijden samen te bidden in onze moederkerk.

Van harte welkom dus elke maandagavond in de advent om 19.00 uur.

Michel Brasseur

Aankondiging van versoepelingen vanaf 9 juni 2021

Na een lange pauze spreekt mgr. Bonny ons opnieuw toe. Hij vestigt de aandacht daarbij op de versoepelingen voor de erediensten die vanaf woensdag 9 juni zullen ingaan.

Vanaf die datum zullen we binnen opnieuw met 100 gelovigen kunnen vieren en buiten met 200. Verdere details over de maatregelen, de precieze aanwezigheidsaantallen alsook de aangepaste protocollen zullen begin volgende bekend gemaakt worden en kan u ook nalezen op Kerknet.be via onderstaande link. De bisschop vraagt ons om dankbaar gebruik te maken van de verruiming die er komt en toch op onze hoede blijven: de hele strijd tegen corona is namelijk nog niet gestreden.

Klik hier voor de videoboodschap van onze bisschop.

Klik hier voor het Protocol voor de erediensten binnen vanaf 9 juni 2021.

Klik hier voor het Protocol voor de erediensten buiten vanaf 9 juni 2021.

Meibedevaart Bisdom Antwerpen

De meimaand is traditioneel de Mariamaand. Normaal trekken tal van bedevaarders naar plekken toegewijd aan Maria. In deze bijzondere omstandigheden gebeurt dat nog altijd: in een bubbel of individueel komen mensen om een kaarsje te branden en te bidden op voorspraak van Maria. Mensen blijven zich toevertrouwen aan Maria. Het aantal brandende kaarsjes bij Mariabeelden is niet verminderd, integendeel!

Welke betekenis heeft Maria voor jou?

Op de vraag wie Maria voor jou is, zal iedereen een wellicht een eigen antwoord geven. Deze vraag stellen en met elkaar daarover in gesprek gaan is zeker boeiend. Het project Handelingen ontwikkelde daartoe een  werkvorm die primair bedoeld is voor mensen in zorgvoorzieningen, maar die zeker ook bruikbaar is in religieuze gemeenschappen. Met wat creativiteit ook in andere groepen, trouwens.

Via deze werkvorm willen we aan de hand van eigen Mariabeelden of via afbeeldingen van Maria mensen met elkaar in gesprek brengen over de betekenis van Maria voor ieder persoonlijk. Daarnaast zijn er impulsen om samen te bidden en om zo jezelf aan Maria toe te vertrouwen. De uitgebreide werkvorm en al het nodige materiaal is te vinden op www.bisdomantwerpen.be. Klik in de bovenbalk op ‘Artikels’ en zoek naar de trefwoorden ‘inspiratiemap aan Maria toevertrouwd’. Dit kan een mooie voorbereiding zijn op de meibedevaart.

Meibedevaart met als thema ‘aan Maria toevertrouwd’

In de meimaand vindt ook jaarlijks de diocesane Mariale bedevaart met Mgr. Bonny plaats. Dit jaar kreeg deze meibedevaart het thema ‘Aan Maria toevertrouwd’. In de lezingen staat Maria als biddende vrouw centraal. Jezus aan kruis vertrouwt een leerling toe aan Maria en omgekeerd vertrouwt Hij ook zijn moeder toe aan die leerling. Jezus roept hen op zorg te dragen voor elkaar. Midden in de coronacrisis is vertrouwvol blijven bidden en zorg dragen voor elkaar brandend actueel. De omstandigheden maken dat je enkel vanuit huis kunt deelnemen door op 18 mei om 14 uur via RTV of via het YouTubekanaal van het bisdom aan te sluiten. Graag nodigen we je uit om dat te doen en met ons te bidden en te vieren in verbondenheid met elkaar, met Maria, Jezus en God. Tijdens de meibedevaart zal het Licht van Betlehem een centrale plek krijgen. Op het Youtube-kanaal van het bisdom kan je ook achteraf de viering op een zelfgekozen moment herbekijken.

Anke Mertens

Kerstnacht in onze moederkerk

Marc Verreydt maakte deze beklijvende foto op kerstnacht in de kerk van Sint-Lambertus in Kessel.
Geen stal, geen viering, geen koor, geen honderden bezoekers; enkel Maria en Jozef die verwonderd en hoopvol waken bij het Kind in de kribbe.

De menswording van God… mijmeringen van de pastoor (4)

Door zelf mens te worden en zijn leven voor ons te geven aan het kruis, heeft God de wereld met zich verzoend. Wij kunnen weer leven zoals Hij het bedoeld had bij de schepping. God had de mens het leven gegeven uit liefde om te delen in de liefde die Hijzelf is. Hij had voor hem een tuin aangelegd in Eden waar de mens mocht genieten van al het mooie dat God hem had gegeven. Al wat goed, mooi en waar is, draagt immers sporen van de Schepper zelf. En toch, al heeft Jezus voor ons het Rijk der hemelen weer geopend, op de voltooiing ervan is het nog wachten. Dat zal pas gebeuren bij zijn wederkomst. 

Ondertussen worden wij uitgenodigd om als ‘verloste’ en ‘vrije’ mensen te leven in een wereld die, zoals Paulus het zegt, zelf nog ‘onder barensweeën lijdt’. Ook hierin is God ons als ‘mens’ willen voorgaan. De wereld waarin Jezus leefde, was niet zo verschillend van de wereld die wij nu kennen. Ook hij leefde in een wereld die overheerst werd door een cultuur waar plaats was voor vele goden. Het Joodse volk probeerde zich daarin te onderscheiden, maar ook zijzelf waren alles behalve eensgezind op velerlei vlakken. Zo geloofden de Sadduceeën niet in de verrijzenis en de Farizeeën wel, hechtten de ene groep veel meer belang aan de letter van de Wet dan de andere en waren er groepen die zich radicaal kantten tegen de Romeinse bezetter terwijl anderen het met hen best konden vinden.

Jezus van zijn kant zal zich niet inlaten met politiek. ‘Geef aan de keizer wat de keizer toekomt en aan God wat God toekomt’, is zijn antwoord op het politieke vraagstuk van Farizeeën en Herodianen. En als de wetgeleerde hem vraagt wat het allerbelangrijkste gebod is in de wet, vat Jezus de hele wet samen in één enkel gebod: ‘bemin God boven alles en je naaste als jezelf.’ Richt je op God. Zoek sporen van Hem in al wat mooi, goed en waar is. Hecht je aan niets anders dan aan Hemzelf, die liefde is, en wens een ander toe wat je jezelf toewenst. En hij drukt zijn leerlingen op het hart vooral nooit te oordelen. Het oordeel komt alleen toe aan God zelf. Blijf van de boom van kennis van goed en kwaad af! Wanneer de rijke jongeling zich tot hem richt met de aanspreking ‘goede meester’, is zijn reactie zelfs: ‘Waarom noemt u mij goed, niemand is goed dan God alleen.’ 

Jezus leefde vanuit een unieke verbondenheid met God, die Hij ‘Abba’ noemde, en trok zich geregeld terug om alleen te zijn met zijn Vader. Heel zijn leven was op Hem gericht. ‘Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome, Uw Wil geschiede’. En al wat nodig was, werd aan de zorgen van de Vader toevertrouwd. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood, vergeef ons onze schulden en breng ons niet in beproeving’. Zo heeft hij het ook aan zijn leerlingen geleerd. Wanneer hij hen uitzond, drukte hij erop vooral niets mee te nemen voor onderweg. Als je ergens komt, zei hij, laat dan je eerste woord ‘vrede’ zijn.  Zijn het vredelievende mensen, eet dan wat je wordt voorgelegd en blijf daar tot je weer verder trekt. Zijn het geen vredelievende mensen, gaat daar dan weg, maar zorg ervoor dat je zelf de vrede in je eigen hart blijft bewaren. Schud het stof van je voeten. Ook Jezus liet het niet aan zijn hart komen als hij werd aangevallen. Hij ging inhoudelijk geregeld in discussie met wetgeleerden en Farizeeën, maar toen hij werd bedreigd en ze hem in de afgrond wilden gooien, ging hij gewoon tussen de menigte door en verliet de streek. Ook op zijn proces bewaarde hij vooral de stilte. Dit tot ergernis van Pilatus van wiens macht Jezus overigens helemaal niet onder de indruk was.

Jezus bezat de vrijheid om, zoals de Herodianen en Farizeeën het formuleerden, ‘zich aan niemand te storen en de mensen niet naar de ogen te zien’. Hij had aan het begin van zijn openbaar leven Gods stem gehoord die hem ‘zijn geliefde zoon’ had genoemd in wie Hij zijn behagen had gesteld en zal in zijn leven niemand anders willen behagen dan God alleen. Alle evangelisten getuigen dan ook hoe Jezus zich op een bepaald moment zelfs van zijn familie losmaakt. ‘Wie zijn mijn moeder en broers’, klinkt het bij Marcus en Matteüs. Bij Lucas was Jezus al op jonge leeftijd achtergebleven de tempel. ‘Wist je dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn’, was zijn antwoord toen zijn ouders hem vonden na drie dagen zoeken. En, ‘vrouw is dat soms uw zaak’, klinkt het bij Johannes op de bruiloft van Kana.

De weg die Jezus is gegaan, riep heel wat tegenkanting op. Verraden door een vriend, verloochend door een ander en door bijna iedereen in de steek gelaten is Jezus dan ook de pijnlijkste dood gestorven. Jezus, die wist wat hem te wachten stond, was vastberaden de weg naar Jeruzalem gegaan. Hij heeft het lijden willen ‘heiligen’ door zelf te delen in de fysieke en psychische pijn die mensen kunnen meemaken. Doordat hijzelf heeft geleden, kunnen wij voortaan ons lijden immers verenigen met dat van Jezus. Het hoéft niet langer een ‘vloek’ te zijn, maar kán nu ook beleefd worden als ‘intieme verbondenheid met Jezus’ op zijn weg naar Golgotha. Voortaan kunnen christenen in het lijden dat hen overkomt, zoals Simon van Cyrene, het kruis van Jezus helpen dragen erop vertrouwend dat niet het lijden, maar de liefde het laatste woord zal krijgen. Opdat het lijden haar fataliteit zou verliezen, ook daarvoor is God mens willen worden. 

De menswording van God… mijmeringen van de pastoor (3)

‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij’, dit zijn de openingswoorden van Jezus bij Marcus, de allereerste die zijn evangelie geschreven heeft. Matteüs en Lucas nemen van Marcus die boodschap van Jezus over, maar niet als zijn ‘eerste’ woorden. Deze woorden van Jezus mogen letterlijk gelezen worden. Jezus heeft het Rijk van God, dat door Matteüs het Rijk der hemelen wordt genoemd, voor ons weer toegankelijk gemaakt. Wat eens door de zondeval van Adam was afgesloten, is door de liefde van God, die op een unieke wijze zichtbaar is geworden aan het kruis, weer geopend. Daardoor wordt het scheppingsverhaal opnieuw heel actueel. Leven zoals Adam en Eva in de paradijselijke tuin van Eden is onze eerste roeping geworden, die elke christen gemeen heeft. Het is een leven in harmonie met elkaar en met God die liefde is en die zich in alle mooie dingen van de schepping, in wat ‘goed’ is en ‘zeer goed’ laat zien. Wij hoeven dus niet te wachten tot na de dood, maar mogen nu reeds leven in dat paradijs. Daartoe zijn we gedoopt. Op sacramentele wijze werd toen tot uiting gebracht dat we reeds gestorven zijn, door onderdompeling in het water dat in de Bijbel staat voor de dood, en als nieuwe mensen verrezen in een nieuw lichaam, gesymboliseerd door het witte kleed van Christus.

De eucharistie is een gebeuren waarin wij uiting geven aan dat nieuwe leven. We komen samen om Gods liefde in herinnering te brengen en Hem daarvoor te loven en te danken. Het is een voorafbeelding van het hemelse gebeuren en laat daarom zien waar het voor ons, christenen, nu reeds op aankomt. Gericht zijn op al wat mooi, goed en waar is en daarin tekenen zien van ‘De Liefde’ die, zo mogen wij geloven op het woord en de getuigenis van Jezus, hoe dan ook onze uiteindelijke toekomst zal zijn. ‘Ik ga heen om voor u een plaats te bereiden’, had Jezus gezegd kort voor zijn dood. Ons gehele lichaam, met alle zintuigen, is ons net dáárom gegeven. We hebben ogen gekregen om oog te hebben voor mooie dingen, voor de schoonheid van de natuur, de bloemen en de bomen, de vogels in de lucht, de prachtige blauwe hemel en gele zon die in de avond van kleur verandert. We hebben oren gekregen om oor te hebben voor al wat mooi klinkt, voor wat goed is en waar, voor het fluiten van de vogels en het suizen van de wind, voor lieve woorden, mooie gezangen en vreugdevolle muziek. We hebben onze smaak gekregen om te genieten van sappige druiven en zoete honing. We hebben onze huid gekregen om in de streling van zon en wind Gods’ liefdevolle aanraking te voelen en onze neus om de geur van de meiklokjes, de rozen en de lavendel waar te nemen en ook daarin liefde te herkennen. Mogen genieten van al het goede dat ons geschonken wordt en daarin de Liefde zien waar we uit voortkomen en waar we naartoe gaan, wat een geschenk!

Die grote liefde van God kan in ons het verlangen doen groeien om iets terug te doen. Het komt er dan op aan om goed naar jezelf te luisteren. Wat geeft mij een diepe vreugde, waar brandt mijn hart van? De ‘vreugde’ wijst immers als een kompas de weg aan die voor mij is weggelegd. Wie ontdekt wat hem diepe vreugde geeft, heeft zijn eigen persoonlijke roeping ontdekt. Doen wat je diepe vreugde geeft, maakt niet alleen jezelf gelukkig, maar ook je omgeving. Wie doet wat hij graag doet, doet dat immers altijd goed. Dan wordt ons werk een werk tot welzijn van onszelf en vele anderen en tot lof en eer van de Liefde. Ook dit aspect van het leven komt aan bod in elke eucharistie. We gedenken de liefde van God, die zichtbaar is in al wat goed en mooi is, en we danken Hem daarvoor. Een liefde die een absoluut en onwaarschijnlijk hoogtepunt bereikt in de zelfgave van God aan het kruis, waar Hij zich ten offer geeft voor onze verlossing. We doen dat, zoals Jezus het gevraagd heeft, in tekenen van brood en wijn, voedsel en drank ten leven. Wij worden gevoed en gesterkt door het lichaam van Christus zelf, en dit om steeds meer mens te worden geschapen naar Zijn beeld. Maar we bieden God, als antwoord op zijn liefde, ook onze eigen gaven aan. Ons eigen leven, de voorbije week en de week die komen zal. En we vragen Hem dat Hij dit offer mag aanvaarden tot lof en eer van Zijn Naam en tot welzijn van ons en van de wereld.

Die wereld zelf ‘lijdt nog onder barensweeën’, schrijft Paulus. Jezus heeft voor ons het Rijk Gods weer geopend en begaanbaar gemaakt, maar op de voltooiing ervan is het nog wachten. Dit ervaren we elke dag opnieuw. Daarom ook heeft de kerk als taak om, tot Jezus zal terugkomen om het Rijk Gods te voltooien, zijn dood aan het kruis te blijven verkondigen en zijn verrijzenis te blijven belijden. Om ons te laten zien hoe wij, in een wereld die nog onder barensweeën lijdt, toch kunnen leven als vrije en verloste mensen, ook daarvoor is God mens willen worden. Jezus vertelt ons de Waarheid en belooft ons het Leven, maar toont ons ook de Weg die wíj als ‘mens’ kunnen gaan.